Adwords vormen geen inbreuk op merkenrecht

Adwords vormen geen inbreuk op merkenrecht

Geplaatst op 31 maart 2010 onder Intellectuele eigendom > Merkenrecht door Matthias Dobbelaere.

Het Europees Hof van Justitie besloot op 23 maart 2010 dat de Google AdWords geen inbreuk uitmaken op het merkenrecht. Dat dit zonder meer als een bijzonder belangrijke uitspraak moet worden gezien staat buiten kijf. Het geeft Google niet alleen juridische zekerheid over zijn belangrijkste inkomstenbron (vorig jaar goed voor 23,7 billioen dollar ofwel 97% van hun inkomsten), het is bovendien een aanmerkelijke stap voorwaarts in het definiëren van de aansprakelijkheid van online tussenpersonen.

Dergelijke objectieve tussenpersonen, zoals Google, YouTube, et cetera, worden heden al te lichtzinnig aangesproken voor acties gepleegd door hun leden of bezoekers. Voorbeeld hiervan is de Italiaanse rechtszaak waar drie Google topmannen veroordeeld werden voor een pestfilmpje, online gezet in 2006 door enkele studenten in Turijn. De Google medewerkers hadden niks te maken met het filmpje, maar hadden het zelfs na de eerste klachten onmiddellijk offline gehaald. Niettemin werden de drie medewerkers veroordeeld wegens schending op de privacy.

In deze zaak, hoewel uiteraard materieelrechtelijk verschillend, is er meer reden tot juichen. De uitspraak is een gevolg van de rechtszaak ingeleid door de groep LVMH Moët Hennessy Louis Vuitton, een luxegoederen-groep die merken als Sephora, Moët & Chandon champagne en Dior parfum tot zijn portfolio mag rekenen. Kern van de zaak betrof het feit dat namaakhandelaars of zelfs concurrenten deze merknamen in hun Google AdWords campagne opnamen, om zo argeloze bezoekers om te wenden naar een namaak- of concurrende website.

Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg oordeelde dat Google niet verantwoordeljk kan worden gesteld voor bovengenoemde merkinbreuken. Het Hof stelde immers dat Google niet meer is dan een 'host' of (technische) aanbieder voor dergelijke advertenties, en dat de eindverantwoordelijkheid bij de adverteerder of campagnehouder ligt om correcte (en legale) advertenties te plaatsen.

Evenwel merkte het Hof bijna doorloops op dat men Google wel kan aanspreken om advertenties offline te halen die mogelijks verwarrend kunnen zijn voor klanten. Hoewel aan de goede intenties van het Europees Hof niet rechtmatig kan worden getwijfeld, had men in deze beter geopteerd voor een meer uitvoerige woordkeuze ofwel zelfs voor een volledige weglating ervan. Waar het Europees Hof met deze uitspraak de voordeur wil sluiten voor de aansprakelijkheid van tussenpersonen, zet zij met deze zin immers weer een achterdeur open.

Deze uitspraak kent vanzelfsprekend belangrijke gevolgen. Merkhouders dienen de bron aan te spreken indien zij dubieuze advertenties van het net willen halen. Maar het is nog meer een positieve stap voorwaarts, in het ontkoppelen van user-content en de aansprakelijkheid van objectieve online tussenpersonen, en dit tenminste tot op een rechtvaardig niveau. Gebruikers en leden van bepaalde online services dienen de eindverantwoordelijkheid te dragen voor hun acties en content, zoniet wordt de toekomst van het internet ernstig bedreigd.

Bronnen:

http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:62008J0236:EN:HTML

http://online.wsj.com/article/SB10001424052748704896104575139132778398608.html